Add new comment

Transgenders and regret: reaction to an incomplete article

On 22 September, Kennislink published an article about transgender people and regrets, with the somewhat trendy title "Regretting your sex change". I think it is very good that we pay attention to people who are not satisfied with their gender change. Even though the number of people with regret in the Netherlands is extremely low: about 1%, that does not make the suffering of these people less! Unfortunately, I think that Kennislink does not do justice to the situation with this article.

Unfortunately, I think that Kennislink does not do justice to the situation with this article. It is a complex subject, because of the multitude of factors that plays a role. The article is cutting corners and ignores all sorts of aspects, which also play an important role. In conclusion, I am of the opinion that this outline of the situation is misleading.

That is why I contacted the journalist of the article. We had a long and good conversation. On her advice I wrote a comment under the article, with the most important points that the article passes by. You can read this reaction verbatim below (only the links were added here).

I haven't been able yet to translate this text. If you're interested to read this and automatic translators turn it into gibberish, please contact me.

Goed dat dit artikel aandacht besteedt aan transgenders ("transseksuelen" is een verouderde term) die spijt hebben van hun sociale transitie en/of medische behandeling. Het is inderdaad een onderwerp waar relatief weinig aandacht voor is, hoewel het bekend is dat het speelt.

Ik geef graag een aantal belangrijke aanvullingen, waar dit artikel te weinig of geen aandacht aan besteedt. Wij vinden deze informatie essentieel voor een beter begrip van dit complexe thema.

In willekeurige volgorde:

  1. In het artikel worden sociale redenen (het niet accepteren door de omgeving, discrimatie vanuit de samenleving, etc) en medische redenen (slecht uitgevoerde of mislukte ingrepen, etc) gelijkgesteld aan persoonlijke redenen (ontevreden met medische behandeling, etc), terwijl hier natuurlijk een zeer belangrijk verschil in zit!
    Het is buitengewoon triest dat er transgenders zijn die door (zeer) negatieve reacties, discriminatie en/of geweld vanuit hun omgeving besluiten dat ze dat erger vinden dan leven in een lichaam en/of genderrol die hun niet past. Ernstiger kan een samenleving haar burgers niet laten vallen!
    Het is ook bijzonder treurig dat een transgender (zeer) ontevreden is over het resultaat, vanwege onverwachte complicaties of een fout van een behandelaar.
    Maar beide zijn van een totaal andere aard dan mensen die meenden transgender te zijn, en na een medische behandeling ontdekken dat ze dat eigenlijk niet zijn.
     
  2. Het artikel citeert À Campo, een Nederlandse psychiater die nog steeds vindt dat psychotherapie de juiste behandeling zou zijn voor transgenders. Zijn theorieën zijn zeer omstreden, en zijn dat altijd al geweest. In de wetenschappelijk literatuur zijn daar talloze bewijzen van te vinden. Toch is hij onderdeel van een selecte groep die vasthoudt aan deze achterhaalde en zeer schadelijke ideeën. De World Professional Association for Transgender Health  (WPATH, de internationale vakorganisatie voor transgenderzorg) keurt deze zienswijze nadrukkelijk af.
    Bovendien haalt u in deze context onderzoeken van 15 resp. 17 jaar geleden aan. Er is inmiddels (heel) veel veranderd! De inzichten van toen zijn niet langer de inzichten van nu.
     
  3. Het artikel gaat volledig voorbij aan non-binaire transgenders (mensen die zich niet herkennen in de tweedeling man/vrouw) die door de genderteams in een binair keurslijf zijn gedwongen, met alle gevolgen en risico's op spijt van dien. Men kon jarenlang uitsluitend bij de genderteams terecht voor een behandeling in de vorm van “alles of niets”.
    Gelukkig hebben de genderteams sinds kort (iets) meer oog voor deze grote groep mensen. Toch spreken de genderteams nog altijd over een “volledige” of een “gedeeltelijke” behandeling, wat nog altijd een bepaald einddoel impliceert. Zo krijgen transgenders nog steeds geen werkelijke vrije keuze, omdat de opties gekleurd zijn.
     
  4. De Nederlandse wet heeft ook bijgedragen aan het creëren van zogenoemde “spijtoptanten”: tot 1 juli 2014 kon een transgender het juridische geslacht uitsluitend wijzigen als diegene tegenover de rechtbank kon bewijzen dat hen blijvend onvruchtbaar was. (In de praktijk moest je een verklaring van de chirurg kunnen overleggen, waarin stond dat je reproductieve organen verwijderd waren.)
    Transgenders werden dus gedwongen om zich te laten steriliseren, anders kon hun paspoort niet aangepast worden. Vele transgenders hebben zich uitsluitend om juridische redenen laten steriliseren, omdat ze grote problemen zouden krijgen als hun paspoort niet overeenkwam met hun uiterlijk. Met alle gevolgen en risico's op spijt van dien.
    Deze situatie was natuurlijk een grove schending van de mensenrechten. Er was jarenlange politieke lobby nodig om deze wet te laten veranderen, wat in 2014 eindelijk gebeurd is. De nieuwe juridische situatie zal het aantal “spijtoptanten” verder doen dalen, vanwege het wegvallen van de verplichte medische behandeling.
     
  5. Tot voor kort werd er door de genderteams bij de medische behandeling met geen woord gerept over kinderen of kinderwens. Transgenders moesten hier zelf naar vragen, want de specialisten hebben dit onderwerp nooit ter sprake gebracht. Sterker, het was transvrouwen zelfs expliciet verboden om hun zaad in te laten vriezen voor eventueel toekomstig gebruikt.
    Gelukkig is dit sinds kort veranderd en wordt dit onderwerp tegenwoordig wel ter sprake gebracht door de genderteams.
     
  6. Het artikel gaat ook volledig voorbij aan transgenders die door opnieuw door de Nederlandse wet zijn gedwongen om te scheiden van hun partner. In de praktijk werd dit door de genderteams vertaald naar scheiding als voorwaarde voor medische behandeling.
    Gelukkig bestaat deze eis al geruime tijd niet meer. Maar het was natuurlijk een absurde voorwaarde, met alle trieste gevolgen en risico's op spijt voor transgenders (en hun gezinnen).
     
  7. Iedereen denkt dat de genderteams expertisecentra zijn die een multidisciplinair behandeltraject voor transgenders aanbiedt. Dat is correct voor de fysieke zorg, maar de genderteams boden (tot voor kort) geen psychosociale ondersteuning. Dat was beleid, omdat ze het onzorgvuldig vonden om enerzijds poortwachter te zijn voor toegang tot medische behandeling en anderzijds mensen te ondersteunen bij vragen, twijfels en eventuele traumaverwerking. En terecht.
    Wat de genderteams helaas hebben verzuimd is dit beleid naar patiënten en naar buiten toe expliciet te maken. Het werd domweg niet geboden, maar er werd ook niet structureel doorverwezen.
    De inzichten zijn veranderd: de genderteams bieden nu wel (beperkt) psychosociale ondersteuning, naast de poortwachtfunctie die ze ook nog steeds hebben. Er wordt vaker gewezen op gespecialiseerde gendertherapeuten, maar nog steeds niet structureel.
     
  8. Tot op de dag van vandaag concentreren de genderteams zich uitsluitend op de "patiënt" en niet op diens omgeving. Er is geen structurele begeleiding of psychosociale ondersteuning voor partners en kinderen van transgenders.
     
  9. Transgenders hebben bovengemiddeld vaak psychische problemen. Dat is niet vreemd als je bedenkt dat de transgenders doorgaans 20, 30, 40, 50, 60 jaar hebben moeten leven in een lichaam – en dus ook in een genderrol – die niet past bij hun identiteit. Als man in een vrouwelijk keurslijf of als vrouw in een mannelijk keurslijf te worden gedwongen kan zeer traumatiserend zijn. (Leef zelf maar eens in de kleding en de rol van een ander gender dan hoe je je voelt. Dat is misschien één dag leuk, maar daarna wil je jezelf weer zijn.)
    Een medische behandeling past iemands lichaam aan en lost daarmee de genderincongruentie (het niet passen van lichaam bij geest) op. Maar een eventueel bestaand trauma heeft psychosociale ondersteuning of psychotherapie nodig. Bij punt 7 werd al duidelijk dat de genderteams hierin niet (kunnen) voorzien.
     
  10. Alle transgenders zijn het erover eens: ná de medische behandeling begint de eigenlijke transitie pas. Helaas ontbreekt dit belangrijke inzicht bij de genderteams: na de genitale operatie krijg je te horen dat je “klaar” bent.
    Daar sta je dan als “nieuwe” man of “nieuwe” vrouw, die vaak nog geen idee heeft van de complexe en vérstrekkende verschillen in de ongeschreven sociale omgangsnormen van onze samenleving. Wat bij een vrouw gewoon is, wordt bij mannen gezien als “ongewenste intimiteiten”. Wat bij een man gewoon is, wordt bij vrouwen gezien als “bitcherig gedrag”. Het zijn deze ongeschreven regels die maken of je als mens maatschappelijk slaagt. Of overal buiten valt. En dit essentiële aspect komt NERGENS tijdens de behandeling aan bod!
    De genderteams geven transgenders als het ware een nieuwe zwembroek en gooien ons in het diepe. Maar NIEMAND vertelt ons hoe we moeten zwemmen… Het gevolg is dat een zekere groep transgenders een sociale outcast zal blijven, met alle gevolgen en risico's op spijt van dien.
     
  11. Tot slot: Nederland was ooit de voorhoede als het ging om transgenderzorg. Dat was eind vorige eeuw en die positie zijn we inmiddels verloren. Inmiddels zijn we links en rechts ingehaald door vele landen, zowel in Europa als daarbuiten.
    Het Nederlandse protocol voor behandeling van transgenders is strikter dan de internationale concensus, zoals vastgelegd in de Standards of Care van de WPATH. Buitenlandse collega’s zijn verbaasd als duidelijk wordt dat transgenders in Nederland een psychologische screening van tenminste (!) een half jaar hebben, terwijl in andere landen (waaronder België) 2 gesprekken al voldoende zijn.

Er zijn nog altijd grote internationale verschillen tussen protocollen en daarom is de situatie in Nederland niet altijd te vergelijken met de situatie in andere landen, zoals de UK, Zweden, etc. Soms ten voordele van ons, en soms ook ten nadele van ons.

We hebben er alle begrip voor dat een artikel op Kennislink geen onbeperkte lengte kan hebben. Om een genuanceerd beeld te schetsen is het ook niet nodig om alle aspecten te behandelen. Toch zijn we van mening dat in evenveel woorden een beeld geschetst had kunnen worden dat meer recht doet aan de situatie dan nu gebeurd is. Jammer!

Met vriendelijke groet,

Jochem Verdonk
Voorzitter Stichting Transman
Lid Principle 17

Tags: