In beeld: Paralympische Spelen

Paralympische Spelen Tokio 2020

Over het algemeen heeft sport mijn volledige desinteresse. Het interesseert me gewoon niet welke competitie er nu weer gespeeld wordt of wie er wint. Ik ben kennelijk niet zo competitief ingesteld. Maar de Paralympische Spelen in Tokio blijken een ander verhaal te zijn…

In mijn studententijd keken mijn huisgenoten fanatiek voetbal. We hebben geen EK of WK overgeslagen. Ik heb er altijd bij gezeten, want dat vond ik gezellig. Maar waar zij vooral naar het voetbal keken, keek ik vooral naar mijn huisgenoten. Want voetbalkijkende mensen zijn hilarisch!

Eén keer heb ik, helemaal uit mezelf, een volledig sporttoernooi gevolgd: het wereldkampioenschap snooker. Uiteraard op de BBC. Maar dat was éénjarige uitspatting. De jaren daarop hield ik het bij kijken naar een paar wedstrijden, for old times’ sake. En dan had ik mijn portie sport voor de rest van dat jaar ruimschoots binnen.

Dit jaar verbaas ik mezelf: op de 2e dag van de Paralympische Spelen ben ik gaan kijken. Eerst alleen de sportjournaals van de NOS en de samenvattingen later op de avond. Als snel ging ik door met de achtergronden. Toen volgden de interviews van Miss Paralympics, met diverse sporters die nu in Tokio zitten en oud-Paralympiërs. Voordat ik het doorhad, zat ik de hele ochtend naar livestreams van wedstrijden te kijken om te zien hoe “onze” sporters het doen.

Zo heb ik wel verrassende nieuwe sporten leren kennen. Ik had nog niet eerder gehoord van blindenvoetbal (ook wel “football 5-a-side”) of boccia (jeu de boules voor mensen met een motorische handicap). Leuk weetje: boccia is de enige Paralympische sport die geen Olympische tegenhanger heeft.

Wat ik leuk vind, is dat de Paralympische Spelen zoveel menselijker op mij overkomen dan de Olympische Spelen. Hoewel veel Paralympische atleten net zo goed fulltime sporter zijn als veel van hun Olympische collega’s, toch lijken de Paralympische Spelen minder commercieel dan de Olympische tegenhanger. Dat maakt Paralympische atleten zo benaderbaar. Elk van de Paralympische sporters had mijn buur kunnen zijn. (En dat heb ik nooit gedacht over Olympische sporters.)

In interviews vertellen sporters dat de Paralympische Spelen aan een opmars bezig zijn. De laatste jaren is er sprake van professionalisering. De materialen worden in rap tempo beter. Er is meer aandacht voor in de media. En het lukt Paralympiërs tegenwoordig ook om er een fulltime betaalde baan uit te halen. Als je bij de top-10 hoort, kun je er zelfs een heel leuk inkomen aan overhouden. Net als hun collega’s zonder handicap. Hoe dan ook, ik vind het leuk om hun enthousiasme te horen.

Maar de Payalympische Spelen maken me ook jaloers. Deze sporters hebben een handicap waarmee ze alsnog op wereldtop-niveau kunnen sporten. Zoiets ambieer ik niet in het minst, maar ik zou wél graag op amateurniveau een sport willen kunnen beoefenen. Toevallig vind ik rolstoelbasketbal heel leuk om te doen. Maar mijn energetische beperking zorgt ervoor dat ik dat niet of nauwelijks kan. Dat doet pijn.

Het blijft voor mij dus bij kijken naar de Paralympische sporters. En dat blijk ik dus nog leuk te vinden ook. Het leven kan heel raar lopen!

Reactie toevoegen